Aandacht voor 
het behoud van uw
commerciële relatie 
met uw klanten 

Expertise 
en transparantie

Bevoorrechte partner
van ondernemers

Jong en 
dynamisch team

Wij gaan voor 
een totaalaanpak

Steeds online 
toegang tot uw dossiers

Unieke en voordelige 
abonnementsformules

Invorderingexperts

Geen financiële 
verrassingen

9 juli 2018

Grondwettelijk Hof vernietigt veelbesproken forfaitaire bijdragen

Schending standstill-principe

Het Hof volgde de redenering van de verzoekende partijen dat de invoering van het remgeld een schending uitmaakt van het standstill-principe zoals gewaarborgd door art. 23 Gw. Dat remgeld houdt volgens het Hof een aanzienlijke vermindering in van de bescherming van het recht op juridische bijstand die niet verantwoord wordt door een reden van algemeen belang.

Geen forfaitaire bijdragen per aanstelling en per aanleg per gerechtelijke procedure meer

Het Hof vernietigde dus de betreffende bepalingen die het remgeld bij aanstelling en per aanleg per procedure voorzien.

Daarnaast handhaaft het Hof de gevolgen voor de reeds geïnde remgelden in de dossiers waarin uiterlijk op 31 augustus 2018 verslag wordt overgemaakt aan het BJB. Voor dossiers waar remgeld is ontvangen en die niet kunnen worden afgesloten op uiterlijk 31 augustus 2018 door de advocaat, zullen de ontvangen remgelden moeten terugbetaald worden aan de rechtzoekende.

De OVB alsook de lokale Ordes van Advocaten waren steeds gekant tegen het systeem van de forfaitaire bijdragen dat uitging van de onjuiste veronderstelling van onverantwoorde consumptie inzake juridische bijstand. Het spreekt voor zich dat de lokale Orde van Advocaten en het lokale BJB geen forfaitaire bijdragen meer zullen opleggen bij het nemen van een beslissing tot toekenning van juridische tweedelijnsbijstand.

Vergoeding advocaat: niet-betaalde bedragen niet steeds in mindering brengen

De verzoekende partijen klagen aan dat het risico van wanbetaling door de rechtzoekende van de provisie gedeeltelijke kosteloosheid en de forfaitaire bijdragen steeds voor rekening van de advocaat is, ook in het geval waarbij de advocaat niet afziet van de inning ervan en bijvoorbeeld betalingstermijnen toekent (die niet gerespecteerd worden).

Het Hof acht het middel niet gegrond nu zij een andere interpretatie geeft aan de betreffende wetsartikelen. Het Hof onderscheidt:

In het laatste geval maakt het Hof geen onderscheid tussen het al dan niet toestaan van betalingstermijnen door de advocaat. Alhoewel het middel niet gegrond wordt geacht, is de interpretatie van het Hof niet zonder belang op de huidige werkwijze nu het aanrekenen van de bedragen verschuldigd door de rechtzoekende op de vergoeding van de advocaat geen nieuw gegeven is. 

Meedelen informatie omtrent bestaansmiddelen - gedeeld beroepsgeheim tussen advocaat en BJB 

Ook de steeds terugkerende discussie over het meedelen van informatie door de advocaat aan het BJB omtrent de bestaansmiddelen van de rechtzoekende kwam aan bod, weze het bij aanvraag of lopende het dossier.

Het Hof oordeelt in zijn overweging B.12.4. dat: “…alle gegevens die aan de advocaat worden toevertrouwd met betrekking tot de bestaansmiddelen van de aanvrager, gedekt [zijn] door het beroepsgeheim dat hem, alsook de leden van het bureau voor juridische bijstand die de dossiers moeten behandelen, met toepassing van artikel 458 van het Strafwetboek, bindt, zodat de bestreden bepalingen geen afbreuk doen aan het beroepsgeheim van de advocaat.” 

 

Bron: OrdeExpress - Nieuwsbrief 13 - jaargang 13 - 28 juni 2018

terug naar overzicht