Aandacht voor 
het behoud van uw
commerciële relatie 
met uw klanten 

Expertise 
en transparantie

Bevoorrechte partner
van ondernemers

Jong en 
dynamisch team

Wij gaan voor 
een totaalaanpak

Steeds online 
toegang tot uw dossiers

Unieke en voordelige 
abonnementsformules

Invorderingexperts

Geen financiële 
verrassingen

Heeft het privé verhuren of verkopen van onroerende goederen een beroepsmatig kantje?

4 oktober 2018

Heeft het privé verhuren of verkopen van onroerende goederen een beroepsmatig kantje?

Door de lage rentes wordt de Belgische vastgoedmarkt al een aantal jaren overspoeld door investeerders. Maar ook heel wat privépersonen investeren steeds vaker in vastgoed. De voordelige taxatieregimes in de personenbelasting zorgen namelijk voor een mooi nettorendement. Vastgoedtransacties worden door de administratie echter meer en meer als ‘beroepsmatig’ aangemerkt. In de eerste helft van 2018 verschenen bij de rechtbank maar liefst drie uitspraken waarbij de huurinkomsten of verkoopsmeerwaarden als beroepsinkomen werden beschouwd.

Normaal beheer van privévermogen
Wanneer privépersonen investeren in de aankoop of de bouw van een onroerend goed om het later aan particulieren te verhuren, dan wordt ervan uitgegaan dat deze inkomsten afkomstig zijn uit een ‘normaal beheer van privévermogen’. 

De inkomsten worden fiscaal bijgevolg als onroerende inkomsten beschouwd. 

Uit de recente uitspraak blijkt echter dat de administratie het hier niet altijd mee eens is. Zij belast de eigenaar dan ook progressief op de ontvangen huurprijzen. 

Ook wanneer een privépersoon op zijn aangekocht perceel grond vijf appartementen bouwt en verkoopt, vindt de administratie (met steun van de rechtbank) dat de gerealiseerde meerwaarden een beroepsmatig karakter vertonen.

Parameters in de rechtspraak
Bij het beoordelen of een bepaalde transactie al dan niet als ‘normaal beheer’ wordt beschouwd, spreekt het voor zich dat de feitelijke elementen hier doorslaggevend zullen zijn. 

Het aantal onroerende goederen kan een rol spelen bij het bepalen of er sprake is van een beroepswerkzaamheid. 

Toch blijft dit een loutere feitenkwestie. Zo ging de discussie in recente uitspraken in een tweetal gevallen over vijf onroerende goederen en in een andere zaak over zes.

Een beroepswerkzaamheid vereist een continue en regelmatige activiteit. Dit betekent dat de privépersoon zelf veel tijd stopt in zijn vastgoedactiviteit. 

Het beheer van een groot patrimonium vergt uiteraard een grotere inzet en opvolging en voedt het vermoeden van een beroepsmatige bezigheid. 

Een normaal beheer van privévermogen veronderstelt altijd een realisatie of wederbelegging van eigen vermogen. De financiering van het vastgoedproject met een geleend bedrag wordt als negatief gezien in de beoordeling. 

Het bijkomend risico dat de belastingplichtige hierbij neemt wanneer de huuropbrengsten niet hoog genoeg zouden zijn om de lening terug te betalen, doet vermoeden dat de grens van het normaal beheer van privévermogen overschreden wordt.  

Wanneer de eigenaar al professioneel actief is in de vastgoed- of bouwsector, kan gesteld worden dat er met kennis van zaken wordt gehandeld.

Hoe sneller een project wordt gerealiseerd, hoe groter het vermoeden dat er sprake is van een professionele aanpak. In één van de zaken werd op twintig maanden tijd grond gekocht, nieuwbouwappartementen gebouwd én verkocht.

De snelle opeenvolging van de aankopen is een factor die eveneens in beschouwing wordt genomen. In de ene zaak werden op drie jaar tijd zes onroerende goederen gekocht met geleend geld.

Het beantwoorden aan één van deze criteria leidt echter niet automatisch tot de kwalificatie als een beroepswerkzaamheid. 

Het is eerder de samenloop van omstandigheden die hierbij bepalend zal zijn.

Bron: Eline Demeyere en Delphine Vanassche , Vandelanotte Accountancy

terug naar overzicht