Aandacht voor 
het behoud van uw
commerciële relatie 
met uw klanten 

Expertise 
en transparantie

Bevoorrechte partner
van ondernemers

Jong en 
dynamisch team

Wij gaan voor 
een totaalaanpak

Steeds online 
toegang tot uw dossiers

Unieke en voordelige 
abonnementsformules

Invorderingexperts

Geen financiële 
verrassingen

Het nieuwe bewijsrecht – modern en soepel

21 november 2018

Het nieuwe bewijsrecht – modern en soepel

Op 31 oktober ll. diende de regering een wetsontwerp in om het bewijsrecht te codificeren, te moderniseren en te versoepelen. Tegelijk ambieert het ontwerp de redelijkheid en billijkheid in het bewijsrecht binnen te loodsen.

Codificeren 
Het huidige bewijsrecht zit verdeeld over een aantal wetten en kreeg vorm door rechtsleer en rechtspraak. Van oudsher was er het onderscheid tussen het ‘vrije’ bewijs in handelszaken en het bewijs in burgerlijke zaken, dat meer gereglementeerd was. Het nieuwe bewijsrecht bundelt deze bronnen in één boek (boek 8 van het nieuw Burgerlijk Wetboek). Het omvat zowel de bewijsregels in burgerlijke zaken als deze voor ondernemingen en verankert een aantal aanvaarde beginselen uit de rechtspraak. 

Moderniseren
Met dit wetsontwerp wordt het bewijsrecht – eindelijk – de 21e eeuw binnengeloodst. Men houdt rekening met het feit dat veel transacties online gebeuren, en dat daarvoor niet telkens een geschreven contract wordt opgemaakt. Een ‘geschrift’ kan voortaan ook digitaal zijn en de mogelijkheid van een elektronische handtekening wordt beter gealigneerd op de Europese regelgeving. Er zijn drie types van elektronische handtekening, met gradaties in beveiligingsniveau. 

Versoepelen
Het bewijs wordt vrij voor alle verrichtingen waarmee een bedrag gemoeid is van minder dan 3.500,00 EUR. Thans is dit nog 375,00 EUR. Dat het bewijs ‘vrij’ wordt gemaakt voor transacties tot 3.500,00 EUR betekent dat ook particulieren geen geschreven contract meer nodig hebben om een dergelijke overeenkomst te bewijzen, maar dat zij ook kunnen terugvallen op mails, sms’en, getuigen, vermoedens, e.d.m.. Dit sluit beter aan bij onder meer de e-commerce. 

Voor handelaars gold er al altijd vrijheid van bewijsvoering, en dit zonder plafondbedrag. Het begrip ‘handelaar’ werd met ingang van 1 november 2018 al vervangen door de generieke term ‘onderneming’, waarin ook vrije beroepen, landbouwers en vzw’s begrepen zijn. De nieuwe wet bevestigt dat het vrije bewijsregime geldt voor alle ondernemingen en verduidelijkt één en ander. 

De bijzondere, wettelijke bewijswaarde die kleeft aan een niet-betwiste verkoopfactuur, wordt van toepassing op alle facturen die niet (tijdig) door de onderneming betwist werden, en dit ongeacht de achterliggende prestatie (aanneming, vervoer, diensten, andere). 

Redelijkheid en billijkheid 
Deze begrippen worden in het moderne recht steeds prominenter en dit is voor het bewijs niet anders. 

Het wetsontwerp wil oplossingen bieden voor een aantal knelpunten / patstellingen in het huidige bewijsrecht, zoals het bewijs van negatieve feiten, de quasi-onmogelijkheid om bepaalde positieve feiten te bewijzen (bv. een diefstal t.a.v. een verzekeraar), of het kennelijke onevenwicht in de bewijsgeschiktheid (bv. het leveren van een bewijs is buitensporig zwaar of duur voor één partij). Zo doet de term ‘bewijs door waarschijnlijkheid’ zijn intrede. Het principe blijft dat het bewijs moet ‘zeker’ zijn, maar het wetsontwerp biedt de mogelijkheid om deze strenge bewijsstandaard te verlichten.

Verder kan de rechter in buitengewone omstandigheden en als ‘ultieme remedie’ nu zelfs de bewijslast omkeren. Dit zou bijvoorbeeld kunnen wanneer het doorslaggevend bewijs dat één partij in handen had (bv. een betalingsbewijs), door het tijdsverloop verdwenen is, waardoor de andere partij dit feit onmogelijk nog kan bewijzen.

Bron: 15/11/2018 - Bram Stragier , Lamote & Stragier advocaten

terug naar overzicht