Aandacht voor 
het behoud van uw
commerciële relatie 
met uw klanten 

Expertise 
en transparantie

Bevoorrechte partner
van ondernemers

Jong en 
dynamisch team

Wij gaan voor 
een totaalaanpak

Steeds online 
toegang tot uw dossiers

Unieke en voordelige 
abonnementsformules

Invorderingexperts

Geen financiële 
verrassingen

Minimumbezoldiging bedrijfsleiders anders bekeken

2 mei 2019

Minimumbezoldiging bedrijfsleiders anders bekeken

De hervormingen doorgevoerd in 2018 zorgden ervoor dat het verlaagd tarief voor vennootschappen in België met een redelijk hoge belastbare winst, voor het eerst écht aantrekkelijk werd. Het verlaagd opklimmend tarief dat voorheen gehanteerd werd, werd immers vervangen door een vlak tarief van 20,4% op de eerste 100.000 euro belastbare basis.

Om vroeger te kunnen genieten van het verlaagd tarief moesten er al enkele voorwaarden voldaan zijn. Deze voorwaarden blijven deels behouden. 

Zo moeten de aandelen van de vennootschap nog steeds voor minstens 50% in de handen zijn van een of meerdere natuurlijke personen en mag de vennootschap geen financieringsvennootschap zijn.

Het “vernieuwde” verlaagd tarief stelt echter nog wat bijkomende voorwaarden. Zo moet de vennootschap in de zin van artikel 15, §§ 1-6 W.Venn. “klein” zijn en moet er een minimumbezoldiging worden toegekend aan de bedrijfsleider. De vereiste van de minimumbezoldiging roept echt wat bijkomende vragen op. 

45.000 euro

De wetgeving geeft aan dat de minimale bezoldiging 45.000 euro moet bedragen of minstens moet gelijk zijn aan de belastbare basis van de vennootschap. Vanaf het moment dat de belastbare winst vóór aftrek van de bezoldiging gelijk is aan 90.000 euro, moet de bezoldiging gelijk zijn aan 45.000 euro. Voor elke hogere belastbare winst vóór aftrek van de bezoldiging blijft de minimale bezoldiging op 45.000 euro.

Om te kunnen genieten van het verlaagd tarief in de vennootschap is het noodzakelijk dat deze bezoldiging wordt uitgekeerd aan een natuurlijk persoon. Indien u dus in uw vennootschap enkel een rechtspersoon als bedrijfsleider heeft en deze een zaakvoerdersbezoldiging toekent, dan kunt u de facto in de vennootschap niet genieten van het verlaagd tarief. Ook wordt slechts de bezoldiging van één natuurlijk persoon in rekening genomen om te bepalen of voldaan is aan de minimumbezoldigingsvereiste.

Afzonderlijke aanslag bij te lage bezoldiging afgeschaft

Initieel werd beslist dat een bijkomende afzonderlijke heffing zou zijn verschuldigd wanneer de vennootschap te weinig loon heeft uitgekeerd. Deze heffing werd onlangs (gelukkig) afgeschaft.

Vrijstelling voor startersvennootschappen

Vennootschappen die op basis van artikel 15, §§ 1 W.Venn als een “kleine” vennootschap worden beschouwd en die minder dan vier jaar bestaan, zijn echter vrijgesteld van de minimale bezoldigingsvereiste. Deze vennootschappen zullen dus niet onderworpen worden aan de afzonderlijke heffing en kunnen genieten van het verlaagd tarief zonder dat deze een minimale bezoldiging toekennen. De andere voorwaarden inzake het verlaagd tarief blijven wel nog steeds van kracht.

Te lage bezoldiging toegekend?

Indien blijkt dat in de loop van het boekjaar een te lage bezoldiging aan één bedrijfsleider werd toegekend, dan wil dit echter niet automatisch zeggen dat de vennootschap niet kan genieten van het verlaagd tarief en onderworpen is aan de afzonderlijke heffing. Op de algemene vergadering kan er immers beslist worden om aan de bedrijfsleider een tantième toe te kennen. Een tantième kan toegekend worden aan de bedrijfsleider als bonus voor de geleverde prestaties van het boekjaar.

Conclusie

Het toekennen van een bijkomende bezoldiging aan de zaakvoerder komt ten goede aan zowel de vennootschap als aan de bedrijfsleider. De bijkomende verschuldigde sociale bijdragen personenbelasting wegen immers niet op tegen de daling in de vennootschapsbelasting. De verhoging van de bezoldiging kan bij de afsluiting van dit boekjaar verlopen via het toekennen van een tantième, maar dit moet natuurlijk met een goede onderbouw gebeuren.

 Geschreven door Tijdschrift Notarieel Management

Bert Vandorpe (consultant) en Els Van Eenhooge (fiscaal jurist), kantoor Vandelanotte

terug naar overzicht