Aandacht voor 
het behoud van uw
commerciële relatie 
met uw klanten 

Expertise 
en transparantie

Bevoorrechte partner
van ondernemers

Jong en 
dynamisch team

Wij gaan voor 
een totaalaanpak

Steeds online 
toegang tot uw dossiers

Unieke en voordelige 
abonnementsformules

Invorderingexperts

Geen financiële 
verrassingen

3 juli 2017

Is een schadevordering mogelijk tegen inbreukplegers op het mededingingsrecht?

1. Problematiek

De Europese Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten hebben het recht om inbreuken vast te stellen op het mededingingsrecht (bijvoorbeeld een afspraak of misbruik van machtspositie binnen een bepaalde markt) en boetes op te leggen aan de betrokken ondernemingen.

Ze mogen daarentegen geen schadevergoeding toekennen aan ondernemingen en burgers die daarvan het slachtoffer zijn.

Het is aan de nationale rechtbanken om kennis te nemen van de vorderingen tot schadevergoeding ten gevolge van inbreuken op het mededingingsrecht.

De uitoefening van zulke acties was tot nu toe echter een louter theoretisch gegeven. Het was namelijk voor slachtoffers, die een schadevergoeding wensten te vorderen, zeer ingewikkeld om alle elementen te verzamelen die nodig zijn om de inbreuken op zich te bewijzen, de schade ervan te begroten en te voorkomen dat de inbreuk verjaart.

2. De nieuwe elementen van de wet van 6 juni 2017

De europese richtlijn voert meerdere oplossingen in voor deze valkuilen.

Deze worden voorzien in de wet van 6 juni 2017, die op haar beurt wordt opgenomen in het Wetboek van economisch recht.

De belangrijkste principes zijn de volgende:

Personen of bedrijven die schade hebben geleden als gevolg van een inbreuk op het mededingingsrecht, hebben recht op een volledige schadevergoeding van de werkelijk geleden schade en de gederfde winst, vermeerderd met de intresten.

Er geldt een weerlegbaar vermoeden dat kartels schade veroorzaken.

Daarnaast geldt er een onweerlegbaar vermoeden in verband met inbreuken die vastgesteld werden door een definitieve beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit.

Slachtoffers moeten hierdoor voor de rechtbank niet meer bewijzen dat er effectief sprake is van een prijsafspraak.

Anderzijds moet opgemerkt worden dat een definitief besluit van een nationale mededingingsautoriteit of haar beroepsinstantie van een andere lidstaat van de Europese Unie, waarbij een inbreuk op het mededingingsrecht wordt vastgesteld, geen vermoeden uitmaakt, maar minstens kan gelden als een begin van bewijs dat er een inbreuk op het mededingingsrecht is begaan. Als dusdanig mag het bij de andere bewijsstukken gevoegd worden die door de partijen worden aangebracht.

Ten slotte wordt, volgens het Hof van Justitie en de EU-Verordening nr 1/2003, een besluit van de Europese Commissie ter bestraffing van een concurrentieverstorende praktijk, beschouwd als een overtuigend bewijs van het bestaan ​​en het ongeoorloofde karakter van de betrokken praktijken. Ieder benadeeld persoon of bedrijf kan op deze basis een schadevergoeding vorderen voor een nationale rechter.

Dit betekent dat de benadeelde partij volledige schadevergoeding kan eisen van elk van de ondernemingen die aansprakelijk is. Merk op dat de KMO’s en de begunstigden van een volledige vrijstelling van boetes, onder bepaalde voorwaarden, genieten van een uitzondering en enkel aansprakelijk zijn ten aanzien van hun directe of indirecte afnemers.

Bedrijven die een minnelijke oplossing hebben bekomen na een bemiddelings-, verzoenings- of arbitrageprocedure, zijn in principe niet meer hoofdelijk aansprakelijk.

3. Consumentenorganisaties

Consumentenorganisaties zullen het gemakkelijker hebben om een collectieve vordering tot schadevergoeding in te leiden voor consumenten die schade hebben geleden ten gevolge van verboden concurrentiebeperkende praktijken.

Het toepassingsgebied van een collectieve invordering tot schadevergoeding is door de nieuwe bepalingen van het Wetboek van economisch recht expliciet uitgebreid tot schendingen van het mededingingsrecht.

4. Besluit

Door de opname van deze nieuwe regels in het Wetboek van economisch recht is het gemakkelijker geworden voor particulieren en bedrijven, die schade hebben geleden ingevolge verboden concurrentiebeperkende praktijken, om schadevergoeding te vorderen.

De consument zal de keuze hebben om een ​​vordering tot schadevergoeding alleen of in groep in te leiden, als onderdeel van een rechtsvordering tot collectief herstel.

Van haar kant, kan een bedrijf dat schade heeft geleden, ook een beroep instellen op voorwaarde dat het niet zelf de extra kosten doorgerekend heeft aan haar eigen klanten.

Het wordt interessant om de praktische toepassing van deze nieuwe regels te volgen naar aanleiding van de komende beslissingen van de Belgische Mededingingsautoriteit. 

 

Bron: Legalnews.be (Peeters Advocaten)

terug naar overzicht