Aandacht voor 
het behoud van uw
commerciële relatie 
met uw klanten 

Expertise 
en transparantie

Bevoorrechte partner
van ondernemers

Jong en 
dynamisch team

Wij gaan voor 
een totaalaanpak

Steeds online 
toegang tot uw dossiers

Unieke en voordelige 
abonnementsformules

Invorderingexperts

Geen financiële 
verrassingen

6 oktober 2017

Een nieuwe stap in financiering voor KMO's

De financiële crisis van 2008 had tot gevolg dat de kredietvoorwaarden voor ondernemingen verstrakt werden. Gedurende enkele jaren werd vastgesteld dat deze strakkere kredietvoorwaarden onveranderd bleven, niettegenstaande de economische conjunctuur verbeterde. Dit had tot gevolg dat de toegang tot krediet voor veel ondernemingen moeilijk bleef, ook na de economische crisis.

Om economische bedrijvigheid te stimuleren is het nochtans van cruciaal belang dat de ondernemingen over voldoende financiering kunnen beschikken. Zeker omdat veel KMO’s, sinds de crisis te kampen kregen met een sterk gedaalde cashflow en een verminderd eigen vermogen.

Daarom vond de wetgever het in 2013 nodig om wetgevend in te grijpen en een juridisch kader te scheppen waarbij kredietverlening aan ondernemingen gefaciliteerd werd. Met de zogenaamde wet Laruelle van 21 december 2013 (BS 31 december 2013 – inwerkingtreding 10 januari 2014) beoogde de wetgever tegemoet te komen aan de voornaamste pijnpunten inzake kredietverstrekking. Naar aanleiding van een studie, gevoerd door de FOD Economie, kwamen volgende, niet-exhaustieve pijnpunten naar boven: 1) de stijging van de gevraagde waarborgen; 2) een gebrek aan duidelijkheid inzake de informatie die de kredietgevers vragen aan KMO’s; 3) de ondoorzichtigheid van de toekenningscriteria; 4) een hoge kostprijs van het krediet; enzomeer.

De nieuwe wet beoogde enerzijds meer transparantie te creëren in de precontractuele fase, zodat ondernemingen bewuster en beter geïnformeerd een gepaste kredietoplossing kunnen kiezen. Anderzijds betrachtte de wet de contractuele relatie tussen onderneming en kredietverstrekker evenwichtiger te maken.

Voornaamste krachtlijnen van deze regelgeving waren: 1) een algemene zorgvuldigheidsplicht voor zowel de kredietgever als de onderneming; 2) een informatieplicht voor de kredietgever, om zich afdoende te informeren omtrent de kredietwaardigheid van de onderneming, de haalbaarheid van het te financieren project, de terugbetalingsmogelijkheden, de te stellen waarborgen, …; 3) een suitability-test om te kijken welke kredietoplossing de beste is voor de onderneming in kwestie; 4) een motiveringsplicht inzake een kredietweigering; 5) een maximale wederbeleggingsvergoeding van zes maanden intrest ingeval van vervroegde terugbetaling van kredieten tot 1 miljoen euro; 6) een mutuele gedragscode tussen de werkgeversorganisaties die de belangen van de KMO’s behartigen en de representatieve organisatie van de kredietsector; 7) een opsomming van onrechtmatige bedingen die het evenwicht van de contractuele relatie tussen beide partijen schaden.

Begin 2017 werd deze regelgeving geëvalueerd, waarbij de voornaamste vaststelling bleek dat de toegang tot voldoende kredieten voor vele KMO’s moeilijk blijft, waardoor deze gestuit worden in hun operationele groei. De regering diende nu een wetsvoorstel in om enkele zaken te optimaliseren. Inzake de wederbeleggingsvergoeding van maximaal zes maanden wil men de grens optrekken naar kredieten tot 2 miljoen euro. Maar ook inzake zekerheden en andere waarborgen wil men duidelijker regels omtrent informatie en transparantie tijdens de precontractuele fase. Zo moet er meer duidelijkheid zijn rond het lot van een waarborg of een zekerheid ingeval van gedeeltieljke of gehele terugbetaling.

  

terug naar overzicht